Spring naar bijdragen

De pytongeest


veertje888
 Share

Recommended Posts

Hallo , ik heb een interessante studie ; De pytongeest , ik dacht ook heu , maar het staat in Gods Woord laat me weten wat je er over denkt .

 

Een Python-geest

Een wat? Ja, een python-geest. Misschien nooit van gehoord, maar komt echt in de Bijbel voor. Paulus kreeg ermee te maken tijdens zijn bezoek aan Filippi. Het leidde er zelfs toe dat hij, samen met zijn helper Silas, in de gevangenis terechtkwam!

Python
Sommigen denken bij het woord wellicht aan de bekende attractie in de Efteling, een achtbaan met twee loopings en twee kurkentrekkers, geopend op 13 april 1981.
Anderen associëren het woord misschien met de Britse komediegroep ‘Monty Python’, met o.a. de bekende John -silly walk- Cleese.
En natuurlijk de slangenfamilie, die de grootste wurgslangen heeft voortgebracht, 8 tot 10 meter, voornamelijk levend in Zuidoost-Azië en Afrika. Verder is python ook een programmeertaal en een inbouwmotor voor motorfietsen.

En… python is ook de oud-Griekse naam (ook wel Delphine genoemd) van een draak in de mythologie. Hij was de bewaker van het orakel van Themis, de godin van het recht, aan de Castalische bron bij Delphi. Door Hera, de vrouw van Zeus werd hij opgehitst om de godin Leto, die zwanger was van Zeus, te vervolgen. Bovendien wist zij dat zij door een kind van Leto gedood zou worden. Maar korte tijd nadat Leto's zoon Apollo was geboren, nam hij wraak voor zijn moeder, doodde het monster en maakte zich meester van het orakel.
Na deze overwinning kreeg de god de bijnaam Pythios of de Pythische Apollo, Delphi de bijnaam Pytho, en de priesteres van Delphi die van Pythia (Bron: Wikipedia). Dit brengt ons dichter bij de geschiedenis van Paulus in Filippi.

Geest
In Handelingen 16 lezen we dat Paulus en Silas in Filippi komen. Tijdens hun verblijf kwam Lydia, de purperverkoopster, tot geloof. Deze vrouw was de eerste bekeerling op het Europese continent. In vers 16-18 lezen we het volgende:
“En het gebeurde toen wij naar de plaats van het gebed gingen, dat een zekere slavin die een waarzeggende geest had, ons tegemoetkwam. Zij verschafte haar meesters veel inkomsten met waarzeggen. Zij liep achter Paulus en ons aan en riep voortdurend: Deze mensen zijn dienstknechten van God, de Allerhoogste, die ons een weg naar de zaligheid verkondigen. En dat deed zij vele dagen lang. Maar Paulus, die zich daaraan ergerde, keerde zich om en zei tegen de geest: Ik gebied u in de Naam van Jezus Christus uit haar weg te gaan! En hij ging op hetzelfde moment uit haar weg.”
Opvallend dat waar de eerste bekeerling in Europa een vrouw was, die tot het licht gekomen is, de boze meteen een vrouw inzet als exponent van de duisternis. Hier wordt namelijk gesproken over een slavin die ‘een waarzeggende geest’ had. In de grondtaal staat hier: pneuma puthoona, een python-geest. Zij was dus bezeten door een boze geest en werd geïnspireerd door (af)god Apollo. Deze Apollo, de zoon van oppergod Zeus, is in de mythologie de tegenhanger van Christus, de Zoon van de levende God. Deze waarzeggende vrouw was een priesteres van Apollo en gaf zijn orakels door. Wat de Heere God daarvan vindt, is duidelijk: “…iedereen die zulke dingen doet, is een gruwel voor de HEERE” (Deut. 18:12).

Satan
Deze vrouw was een slavin, die haar eigenaars veel geldelijk gewin bracht, lezen we in vers 16. Het is opmerkelijk dat zij Paulus en de zijnen aanwijst als dienaren van God, de Allerhoogste. Klopt, want Hij is de “God der goden en de Heere der heren” (Deut. 10:17), dus boven alles en iedereen verheven. In zoverre sprak zij de waarheid. Ook zegt zij, dat deze dienstknechten “…een weg naar de zaligheid verkondigen”. In de grondtekst ontbreekt het lidwoord, dus een weg in plaats van de weg. Hier sprak zij dus deels de waarheid, want Christus is wel degelijk DE (enige) weg tot zaligheid. Waar Paulus zich precies aan ergerde, weten we niet. Wellicht stoorde hij zich aan die halve waarheid of aan haar aanhoudend roepen, of gewoon aan het feit, dat zij bezeten was, of misschien wel aan alle drie. Zeker is wel, dat de apostel hierin het werk van de tegenstander opmerkte. Satan doet zich voor als een engel van het licht, evenals zijn dienaren (2 Kor. 11). Ook al spreekt hij (soms) ware woorden, hij “…staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid” (Joh. 8:44). Sterker nog, hij is de vader van de leugen.
In Lukas 4 lezen wij over de verzoeking van Jezus na een verblijf in de woestijn van veertig dagen. Dan komt de duivel om Hem te verzoeken. Bij z’n derde poging citeert de satan zelfs uit de Schrift: “En hij bracht Hem naar Jeruzalem en zette Hem op het hoogste gedeelte van de tempel, en hij zei tegen Hem: Als U de Zoon van God bent, werp U dan vanhier naar beneden, want er staat geschreven dat Hij Zijn engelen voor U bevel zal geven om U te bewaren, en dat zij U op de handen dragen zullen, opdat U Uw voet niet misschien aan een steen stoot” (vs. 9-11).
De tegenstander haalt hier de tekst aan uit Psalm 91:11-12. Nota bene, hij gebruikt woorden van de waarheid om er zijn leugen in te verpakken! Zo ook hier, in Filippi.
De dienstknecht van de Allerhoogste wilde echter op geen enkele wijze geassocieerd worden met (het werk van) de tegenstander. Uit een slechte bron kan geen goed water voortkomen (vgl. Jak. 3:9-12). Er kan geen gemeenschap zijn tussen licht en duisternis, of tussen Christus en Belial (2 Kor. 6:14-15). Belial (= zonder nut, nietswaardig) is een naam die ook verband houdt met de werken der duisternis en soms gekoppeld wordt aan Baäl (vgl. Jer. 2:8).
In het Oude Testament komt dat ook aan de orde:

  • Abram weigerde iets van de koning van Sodom aan te nemen, zodat hij niet kon zeggen: Ik heb Abram rijk gemaakt (Gen. 14:21-23).
  • Het volk Israël mocht zich niet verbinden met de volken in het land Kanaän (Deut. 7).
  • Zerubbabel en de zijnen sloegen hulp van vijanden af toen zij aanboden om te helpen bij de tempelbouw (Ezra 4:1-3).

In Efeze 5:11 schrijft Paulus: “En neem niet deel aan de onvruchtbare werken van de duisternis, maar ontmasker ze veeleer.” En dat is wat Paulus doet. Hij doorziet het sluwe spel van de satan en komt in actie. Op gezag van de Naam van Jezus Christus beveelt hij de geest van haar uit te gaan, en zo gebeurde het dat de vrouw verlost werd van de boze geest.

Gevangenis
En nu blijkt dat satan zich niet alleen kan voordoen als een engel van het licht, maar ook als een brullende leeuw! Hij inspireerde de eigenaars van de slavin tegen Paulus en Silas op te treden.

"Nu er geen voordeel meer met haar te behalen viel, hitsten zij de burgers van Filippi op tegen hen met het gevolg dat ze, na gegeseld en geslagen te zijn, in de gevangenis werden geworpen. ‘Zo daar zijn we vanaf’, zullen ze gedacht hebben. Maar niets is minder waar. Nu gaat de Allerhoogste aan het werk en er volgt een eenvoudig en machtig getuigenis van deze dienaren van God: "En omstreeks middernacht baden Paulus en Silas en zongen lofzangen voor God. En de gevangenen luisterden naar hen" (vs. 25). 'Wat zullen we doen, nu we hier zitten?', vroegen ze elkaar wellicht. 'Laten we maar bidden en liederen zingen tot eer van God'. Wat moet je anders onder dergelijke omstandigheden?
Wonderlijk! De broeders klaagden niet; ze zagen slechts hun situatie en zochten de gemeenschap met God. En ondertussen heeft de Heere Zijn plan met dit alles. Er komt een aardbeving, de gevangenisdeuren gaan open, de boeien van de gevangenen worden verbroken en de cipier staat hierdoor, uit angst voor de straf vanwege zijn 'falen', op het punt zelfmoord te plegen. Nadat hij door Paulus gerustgesteld is, leidt hij hen naar buiten en vraagt: "Heren, wat moet ik doen om zalig te worden?" (vs. 30). Mogelijk dacht de man in eerste instantie aan lijfsbehoud. Hoe zal het met mij aflopen? Het antwoord van Paulus overstijgt het redden van je hachje: "Geloof in de Heere Jezus Christus en u zult zalig worden, u en uw huisgenoten" (vs. 31). Vervolgens lezen we dat de man en de zijnen werden gedoopt en dat hij zich verheugde dat hij tot het geloof in God gekomen was. Voor de cipier komt het allemaal goed.
Paulus en Silas worden door de gerechtsdienaars en magistraten persoonlijk uit de gevangenis geleid, nadat Paulus zich beroepen had op zijn Romeins staatsburgerschap (vs. 36-38). De gerechtsdienaars en magistraten verzoeken hen dringend om Filippi te verlaten. En na Lydia en de broeders bezocht te hebben, vertrekken Paulus en de zijnen"  (Citaat uit ‘Het boek Handelingen – Van Jeruzalem naar Rome’ – p. 208 - Hoite Slagter - Everread Uitgevers).

Link naar opmerking
Deel via andere websites

Join the conversation

You can post now and register later. If you have an account, sign in now to post with your account.

Gast
Reageer op deze discussie...

×   Je hebt opgemaakte inhoud geplakt.   Opmaak verwijderen

  Only 75 emoji are allowed.

×   Je link is automatisch geïntegreerd.   In plaats daarvan als link tonen

×   Your previous content has been restored.   Clear editor

×   You cannot paste images directly. Upload or insert images from URL.

Laden...
 Share

×
×
  • Nieuwe aanmaken...

Belangrijke informatie

Wij gebruiken cookies om uw gebruikerservaring te verbeteren, bij gebruik van onze website gaat u akkoord met onze gebruiksvoorwaarden.